Dagblog juli 2019
17 juli 2019:
23 juli 2019:
Als ik die middag door de steeg fiets, word ik nagefloten. Ik fluit terug. Omdat het dertig graden is en ik zojuist dertig minuten heb gefietst met mijn mond open, klinkt mijn fluitsignaal schor. Opnieuw word ik nagefloten, schor, ditmaal. Ik zet mijn fiets neer.
Vermaledijde vogel.
Ik fluit, de vogel fluit terug. Ik pak mijn cameraatje uit mijn tas.
De papegaai van de barbier.
“Hij heet Gekko”, zegt de vrouw van de breiwinkel, die buiten op een bankje zit.
Ik maak een foto. Een gekko is een kleine huissalamander**. Als je in Singapore woont, althans. Ook een soort huisdier.
Gekko heeft ineens niets meer te zeggen. Ik fluit, maar de vogel zwijgt. Verontrust kijkt hij naar mijn camera.
De mannen in de barbiershop zijn allemaal een meter zestig en breder rond de taille dan in de schouders. Eén van hen komt naar buiten.
“Zij is mooi, ja?”
“Heel mooi”, beaam ik. “Erg lief ook”. Stoute, slecht opgevoede vogel.
De mooie vogel kijkt me ongemakkelijk aan. Dames nafluiten zit er even niet meer in.
“Wacht, jij foto maken”, zegt de man. Hij neemt de vogel op zijn hand, ik steek mijn vinger uit. De klauwtjes voelen scherp aan; de mooie, ongemanierde vogel zwijgt beduusd.
“Giovanni!” roept de man naar binnen.
“Nee!” schreeuwt Giovanni. Ik zie hem wegduiken in een hoek, maar er helpt geen lieve moedertje aan. Giovanni is vijftien en nog nooit met een vrouw geweest. Deze vrouw – aan haar jurk te zien duidelijk van lichte zeden – zal Giovanni helpen.
“Waar moet ik op drukken?” vraagt hij. Giovanni loopt met een waggelgang, zijn ogen staan scheef, zijn vingers zijn lang en dun, als de vingers van een meisje.
Ik wijs hem het knopje. “Je kunt op dat schermpje zien wat er op de foto komt”, zeg ik. Hij zet drie stappen achteruit en drukt een paar keer. Ik glimlach naar Giovanni; ik kijk naar de vogel die op mijn hand zit. De vogel zwijgt. De hele dag vrouwen nafluiten, maar met ze praten, ho maar.
“Dank je wel.” Er klikte niks, hij heeft niet doorgedrukt. “Dank je wel voor de foto.” Giovanni geeft me de camera. Hij heeft het goed gedaan. De mannen zullen hem straks hard op zijn schouder slaan en hij zal ineenkrimpen en besmuikt lachen, Don Juan.
** Schrijf 'gecko'
20 juli 2019:


3 juli 2019:


12 juli 2019:
'Het probleem ligt niet in het verlangen, maar in het feit dat je verlangens te klein zijn'.
Sri Nisargadatta
4 juli 2019: Worteltjestaart
“De taarten bij de banketbakker waren…”
“Te”, zegt Y.
Ik knik. “Inderdaad, veel te. Dus ik dacht, er zit hier toch ergens een zaakje met zelfgebakken taarten? Welnu…” Ik laat mijn bezoek de inhoud van de gebaksdoos zien.
Ik pak het mes en snijd het stuk in vier punten. De samenstelling is compact en doet me denken aan stevige linzensoep.
Het was een veganistisch lunchroom annex taartenwinkel. In de glazen vitrine stonden verschillende taarten.
“Kan ik hier ook taart kopen om mee te nemen?” vraag ik aan de jonge vrouw achter de toonbank.
“Jazeker.”
“En wat kost dat?”
“Een kwart taart is tien euro. Een halve taart achttien euro, maar als ik de taart in punten snijd, is het vier euro vijftig per punt.”
“Okidoki. En mag ik vragen… wat het eigenlijk voor een taarten zijn?”
“Wat het zijn?”
“Ja, wat zit erin. Die taart bijvoorbeeld, Purple Haze.” De jonge vrouw heeft een gezicht alsof ze tien minuten geleden uit bed is gerold na een nacht waarin ze niet meer dan vier uur heeft geslapen. Daarom ben ik benieuwd wat er in Purple Haze zit. Ik bedoel, als Jimmy Hendrix het over Purple Haze heeft, dan kan ik me voorstellen dat…
“Blauwe bessen”, zegt het meisje.
Ik knik. “Vandaar de paarse kleur.”
“Ja, en in de chai taart zitten… nou ja, chai kruiden en dit is een citroen cheesecake en deze hier een worteltaart.”
“Doe maar de worteltjestaart.” Chai kruiden is misschien wat warm, met buitentemperaturen van zevenentwintig graden.
Een kwart taart lijkt me wat krapjes om vier punten uit te snijden, een halve taart is te veel.
“Kan ik dat stuk krijgen?” Ik wijs een stuk taart aan dat qua formaat het midden houdt tussen een kwart taart en een halve.
“Ja, dat kan, maar dan moet ik losse punten rekenen.”
“Dan gaat het per punt?”
Ze haalt met een verontschuldigend gebaar haar schouders op.
“Jullie verkopen alleen hele, halve of kwart taarten los en anders rekenen jullie per punt?”
“Ja”, zegt ze. Ze kijkt naar het stuk taart dat ik heb aangewezen. “Dat zijn… acht punten.”
Oké, denk ik. Een kwart taart is tien euro, een halve taart achttien euro. Dit stuk echter – tussen een kwart en een halve taart in – gaat me vierendertig euro kosten.
Wat leren wij hiervan?
Dat veganisme en rekenkunde kennelijk niet samengaan.
“Doe maar een kwart van die worteltjestaart”, zeg ik.
Ik pak mijn portemonnee en reken af. Ze doet de taart in een doos en laat de doos met taart en al uit haar handen kieperen.
“Sorry”, zegt ze. Ze kijkt me aan om te zien of ze een uitbrander zal krijgen.
Ik haal mijn schouders op. “Ach, welja. Gelukkig is het geen slagroomtaart, hè J.”
“Jullie willen toch wel allemaal een stukje taart?” vraag ik mijn visite. Zoals voorzien is het een worteltaart die wel een stootje kan hebben. De deuk zit waarschijnlijk in de toonbank.
“Ja hoor, nu wil ik die taart wel proeven ook”, zegt X.
"Ik snap niet waarom veganistische taart zo duur moet zijn. Ik bedoel, er zit toch niks in?" zegt Y.
“Doe mij maar een klein stukje, hoor”, zegt Z, enigszins benauwd.
“Ha,” zeg ik, “een groot stuk zal het niet worden vandaag.” J