12 augustus 2020:
‘Ein mensch ist in einem Zimmer gefangen, wenn die Tür unversperrt ist, sich nach innen öffnet; er aber nicht auf die Idee kommt zu ziehen, statt gegen sie zu drücken.’

L. Wittgenstein

27 augustus 2020: Home is where the hearth is



8 augustus 2020: Wat heeft mevrouw Vonkeman vandaag weer bij de vuilnis gevonden?
'Familiegelijkenis. De zoon heeft zijn vaders neus, zie je dat? En dezelfde verveelde blik. Ze hebben er geen zin meer in, dat is duidelijk.'
'Ik zou er ook geen zin meer in hebben. Hell of a job.'
'Dat kun je wel zeggen, ja...'



17 augustus 2020:



21 augustus 2020: Koudbeitel
“Kan ik ergens mee helpen?”
“Dat hoop ik. Ik zoek een beitel om tegels mee af te bikken. Een koudbeitel, moet dat zijn, volgens mij.”
“Hm. Ik snap dat je een koudbeitel wilt hebben, zo warm als het vandaag is. Eens even kijken… Deze heb ik, of deze brede. De brede heeft als voordeel dat de hele tegel er in één keer mee loskomt, als het meezit. Het is trouwens geen koudbeitel. Een koudbeitel wordt vooral op metaal gebruikt.”
“Werkelijk? En hoe heet een beitel waarmee je tegels afbikt?”
“Eh….”
“Gewoon een beitel…? Doe mij die brede maar.”
“Ga je dat allemaal zelf doen?”
“Och, ja.” ***
“Eventueel zou je er om je handen te beschermen zo’n ding bij kunnen nemen, van rubber, voor als je ernaast slaat. Ik weet niet of je er vaak naast slaat?”
“Dat valt wel mee.”
“Als je moe bent.”
“Dan neemt het risico toe, dat is waar. Doe die er maar bij, dan.”
“Wat ik hier gedaan heb is mij niet duidelijk, maar deze bon klopt niet. Dat moet even opnieuw.”
“Misschien… heb je ernaast geslagen, op de kassa?”
“Dat zou kunnen. Och, wel leuk hè, dat die beitel in zo’n mooi tasje gaat!”
Je moest eens weten wat dames allemaal in hun damestasjes hebben
J.


*** Ik ben bezig met de deconstructie van de badkamer. Lekker slopen, wat is er heerlijker dan dat? Vooral voor meisjes van harte aanbevolen J.
Waarbij een koevoet goed van pas komt
J


Zelfde jaargetijde, twaalf maanden eerder...
“Goedemorgen.”
“Goedemorgen, kan ik ergens mee helpen?”
“Dat hoop ik wel. Ik heb een breekijzer nodig, een koevoet, en twee paar stevige werkhandschoenen.” Een zwarte bivakmuts, een zaklantaren…
“Ik heb er twee. Dit is een hele goeie, met een prettige handgreep. Daar heb je een leven lang plezier van.”
“Dat is inderdaad een prachtige koevoet. Wel een beetje prijzig, ik heb hem namelijk maar voor één klus nodig. Ik bedoel, als je een hamer aanschaft, weet je dat je hem zult gebruiken, maar waar zou ik verder nog een koevoet voor nodig hebben?”
“Voor op de barbecue?”
“De barbecue?”
“Ja, koe voet.”
“Ah. Het geval wil dat ik vegetariër ben.”
“In dat geval…”
“Doet u mij die andere maar.”
“Gaat ‘ie zo mee, of zal ik hem inpakken?”
“Cadeauverpakking?”



15 augustus 2020:
Welbeschouwd is beeldende kunst ook een veld voorbij goed en kwaad,** een ruimte waar wij elkaar kunnen ontmoeten, voorbij onze persoonlijke opinies. Of zou dat kunnen zijn, idealiter.
‘Hoe kom je daar nu ineens weer bij?’
‘Ik zat vanmorgen met een slaperig hoofd bij mijn bordje havermout dat rondetafelgesprek met vijf kunstenaars te lezen, in het NRC cultureel supplement van 13 augustus. Reactie op een brief waarin deze zomer diverse schrijvers betoogden dat de vrije uitwisseling van ideeën dagelijks wordt ingeperkt; daarbij wordt, naar ik begreep, gerefereerd aan de Black Lives Matter-beweging. Ik kan dat niet lezen op de vroege ochtend. Ik heb het weggelegd. Het godvergeten discussiëren. En dat de beeldend kunstenaars zich daar nu ook toe verlagen.’
‘Stilte.’
‘Het was nog stil, dus na het ontbijt ben ik onmiddellijk op mijn meditatiekussentje gaan zitten, voor het open raam. Ik telde tot tien en nog eens en nog eens en voor mijn geestesoog verscheen een ruimte…’
‘Het Veld van de Liefde.’
‘Een Vlakte.’
‘Een Vlakte?’
‘De pindakaasvloer van Wim T. Schippers…
Ruimte.’
‘Voorbij goed en kwaad?’
‘Absoluut! Een kunstwerk dat geen mening verkondigt – goddank! –, maar ruimte schept. Dat is… Hoeveel jaar is dat geleden?’
‘1969’
‘Juist! Zijn we sindsdien vergeten wat kunst vermag, dat kunstenaars zich tegenwoordig en masse prostitueren en hun ziel aan de…’
‘Daar zakt mijn kunstenaarsbroek van af.’
‘Eh…’
‘Goed, jij noemt de pindakaasvloer van Schippers een ruimte, maar hoeveel mensen zijn in staat een dergelijke ruimte te bevatten, laat staan betreden? Is een pindakaasvloer als ruimte niet bij uitstek een ruimte voor de elite?’
‘Zo diep zijn we dus gezonken, hè! Decennialang hebben we onze kindertjes ingeprent dat alles wat je doet ergens nuttig voor moet zijn, zodat het winst op kan leveren en dat alle dingen dingen dingen bestaan om geconsumeerd te worden.’
‘De pindakaasvloer is in die zin voor ons, kinderen, onbegrijpelijk geworden, dat de pindakaasvloer niet geconsumeerd kan worden?’
‘Exact.’
‘Hoeveel potjes pindakaas zaten er in die vloer?’
‘Wat kan mij dat schelen!!!’
‘Ja. Maar. En. Je zit nu wel te orakelen over dat ding van Wim T. Schippers, maar je hebt helemaal niet nagezocht wat de kunstenaar er eigenlijk precies mee bedoelde, met die pindakaasvloer.’
‘Dat is precies mijn punt! Dat dat het punt niet is! En dat dat ook het punt van Wim T. Schippers niet was, dat I. H. Vonkeman in 2020 op internet zou gaan opzoeken wat Wim T. Schippers’ bedoeling was met die vermaledijde pindakaasvloer! Het nut is het punt niet, de bedoeling is het punt niet, de integriteit van de kunstenaar is het punt niet en de mening van de kunstenaar – diens overtuigingen, diens percepties – al helemaal niet.’
‘Wim T. Schippers die water naar de zee draagt...’
‘Is er iets mooiers denkbaar?
J Profeet van de ruimte.’
‘Hij droeg water naar de zee, voor alle duidelijkheid. Hij piste er niet in en leverde geen bijdrage aan het klimaatverziekende gebakkelei van…’
‘Allemachtig, dat te kunnen doen…’
‘Prachtig
J!’
‘Dank je wel, Wim
J.’

‘Maak er wat moois van vandaag, mensen. Buiten spelen J.’

**Goed en kwaad, of goed of fout, juist of onjuist, welles/nietes, voor of tegen.