7 januari 2024:
'Let yourself be silently drawn by the stronger pull of what you truly love.' 
Rumi


40 x 40 cm. 

17 januari 2024: The most important thing is to remember the most important thing
Dikwijls heb ik goede, zuivere motieven om te twijfelen aan iets, om iets niet te willen of juist wel. Alleen word ik soms van de wijs gebracht door de reacties van anderen, voor ik zelf goed helder heb wat mijn motieven zijn om iets niet te willen, bijvoorbeeld.
Vannacht werd ik om half drie wakker met het citaat van zenmeester Suzuki Roshi in gedachten.
‘The most important thing, is to remember the most important thing’.
Ik dacht na over dat ‘to remember’. De gedachten kreeg ik aangereikt, als inspiratie. Hoewel e.e.a. me volstrekt helder was, was er iets wat erop aandrong dat ik het meteen zou opschrijven, in plaats van me nog eens om te draaien en weer te gaan slapen. ‘Misschien een goed idee om dit nu meteen op te schrijven, vind je niet?’
‘Is dat nodig? Kan het ook morgen?’
‘Eh, nee. Volgens mij… nu.’
‘Oké, oké (mopper de mopper)...’
Dit is wat ik opschreef:
3 uur ’s nachts:
‘The most important thing, is to remember the most important thing’, zoals Suzuki Roshi zegt. En ik begin me te herinneren wat dat (allerbelangrijkste) is. De nadruk ligt op ‘to remember’. Het is niet zo dat iemand – een priester of goeroe – je vertelt wat het belangrijkste is en je vervolgens je best moet doen om dat te onthouden. Nee. Ik begin me te herinneren, maar ik herinner het me nog niet goed genoeg. Ik bedoel dat ik vrees dat ik van de wijs zou kunnen raken door wat anderen zeggen over wat zij menen dat belangrijk is, of, vooral, door wat ze zeggen over mij. Zelfs als men mij zegt dat ik op de juiste weg ben, zou dat ervoor kunnen zorgen dat ik vergeet, in plaats van me te herinneren.
We hoeven hier op aarde niets te leren: we worden geboren met ‘volmaakte kennis’. ‘Perfect knowledge of God’, en dat is onze onschuld. En vervolgens vergeten we. We raken de Weg kwijt; we vergeten, we vergeten, we vergeten. We sukkelen in slaap en gaan door het leven als slaapwandelaars. Ontwaken is je herinneren. Uiteindelijk moet je de stilte in, de grootst denkbare stilte in jezelf, waar de stemmen van anderen je niet meer kunnen bereiken en daar herinner je je het, in de Vrede die alle verstand te boven gaat. Het is de schat die je vindt in de wildernis, in de grootst denkbare intimiteit met jezelf.

Als ik zeg dat het hart van de zaak is dat ik mededogen leer hebben met mezelf, dan doel ik op dat ‘me herinneren’. Loving kindness is het hart van wat ik me moet herinneren: mijn eigen liefdevolle vriendelijkheid. Volkomen innerlijke vrijheid is een hart dat zo innig is met de eigen liefdevolle vriendelijkheid, en leeft vanuit een zo intieme verbondenheid met Dat, dat men niet meer van de wijs wordt gebracht door mensen die zeggen, ‘Je moet een beetje hoger’, of ‘Je moet lager’, ‘Je bent er nog niet helemaal, je moet nog een beetje van dit of van dat’. Naarmate je je het herinnert, dat ‘Het is werkelijk goed zoals het is’, ben je vrij.


16 januari 2024:

Deze ook afgemaakt...
Hopla in the Holy Spirit.

13 januari 2024: Dearest Fiona 
Vandaag schilderijtje afgemaakt. Werd er beetje misselijk van; ik zie er weinig meer in. Laat ik maar zeggen dat het klaar is, zei ik tegen mezelf. Af, maar ik geloof niet dat ik mijn gebruikelijke niveau ben overstegen.
Het was niet mijn bedoeling te gaan schilderen. X is uitgegleden en heeft haar heup bezeerd en een lichte hersenschudding opgelopen. Ik zag mezelf …, maar …
Plan twee was naar een live tango concert met salon in Deventer vanavond, maar niemand bleek te gaan. Plan drie was naar de film, de middagvoorstelling. X kon niet, dus ben ik alleen gegaan, te voet. Dearest Fiona heet de film. Oude filmbeelden van Nederland. Er werd honderd jaar geleden veel lichamelijke arbeid verricht, evident zonder enige bemoeienis van de Arbodiensten. Jongens rookten, ook jonge jongens, en grijnsden met de handen in de zakken naar de camera. (Ik meende dat dat onbeleefd was? Misschien alleen in voornaam gezelschap, of in bepaalde milieus?). De film was poëtisch, maar ik verlangde gaande de film meer en meer naar de geborgenheid van mijn huis en aangezien er niemand belang bij had dat ik bleef, ben ik voor het einde van de film in het donker de zaal uit geslopen. Het was half vijf, kwart voor vijf, het miezerde een beetje, de straten glommen en het begon te schemeren. Ik liep naar huis, de wereld zoals deze zich aan mij voordeed niet minder poëtisch en betoverend dan de film. Het schemerlicht en de zachte motregen deden het rood van oude bakstenen muren en het groen van mos tussen de stoeptegels oplichten. Nog éénmaal, in het verdwijnende licht.


10 januari 2024:
Het schilderen is heel intens. Ik benader het werk als een abstracte compositie. Dat wil zeggen dat ik het doek gewoon omdraai om aan de compositie te werken. De afgelopen twee dagen heb ik het op z’n kant gezet en er zo aan gewerkt. Het staat al twee dagen op z’n kant: de danser is een zwemmer. De figuur van de engel/danser zit me momenteel ietwat in de weg. Ik schilder er omheen. Ik bedoel, ik kan er niet lukraak doorheen schilderen - waartoe ik geneigd ben: het is geen willekeurige abstracte vorm. Dus wat is het voor een vorm? Begrijp je het probleem? Het is een vorm die z’n betekenis ontleent aan z’n representatie, in tegenstelling tot de overige vormen.

De afgelopen dagen is mijn modus operandi sterk ‘Waarom staat dit hier?’. Deze vorm, vlek of lijn, wat is de functie ervan op deze plek? Zeer intens. Spannend ook, wat ik grijp nog steeds drastisch in, in het schilderij. Ik zit er nu zo in dat ik weinig gelegenheid heb om me druk te maken over het mogelijk vernachelen van het werk. Er blijft ook weinig tijd over om na te denken.