Dagblog maart 2025
14 maart 2025:

27 maart 2025: Droom over Groot Mededogen
Ik droom. In mijn droom ben ik in het gezelschap van een man die me bekend voorkomt, maar die ik niet kan plaatsen en de tiener die hij begeleidt. De man heeft een sympathieke uitstraling en ik wend me tot hem. De jongen die hij begeleidt, heeft een beperking. Bevinden we ons in een therapeutische setting? Ik zie nog meer begeleiders met jongeren, allen met een beperking.
Nu ik goed kijk, zie ik dat de begeleiders zelf ook hun belemmeringen hebben. Een van de begeleiders wil me een hand geven. Met zijn linkerhand probeert hij de gekromde vingers van zijn spastische rechterhand te strekken, om mijn hand te kunnen pakken. Het kost hem veel moeite: alleen al mij een hand geven, is een enorme uitdaging.
“Maar het voelt goed!” zeg ik vriendelijk tegen hem,
Ik voel namelijk wat hij voelt: zijn verlangen om me een hand te geven, en dat voelt goed. Ik zie hem worstelen met zijn spastische vingers, hoe veel inspanning het hem kost. “Het voelt goed!”, zeg ik nogmaals. Dat het hem niet lukt zijn intentie op gepaste wijze tot uitdrukking te brengen, doet niets af aan datgene wat ik in hem aanvoel.
Alle aanwezigen hebben op de e.o.a. manier een beperking, zie ik nu, en kennelijk staat vanmiddag de basale sociale interactie op het programma: hoe maken we contact, hoe groeten we elkaar, hoe spreken we elkaar aan bij een kennismaking en hoe benaderen we elkaar met inachtneming van de juiste afstand/nabijheid.
“Goed je te zien!”, zeg ik hartelijk tegen een jongen. Ik kijk eens goed naar hem. Hoezo zien, denk ik. Niet alleen zijn ogen, zijn hele gezicht is omzwachteld met een zwarte doek. Is de jongen blind? Hij kan mij niet zien, maar ik hem ook niet.
Deze droom gaat over het hart van de mens, zijn intenties, en over goddelijke barmhartigheid. Het gaat (tussen mensen) niet om je intenties, je goede bedoelingen, zo zegt men, maar om wat je doen en laten bij een ander teweegbrengt. Tussen de mens en het goddelijke, echter, gaat het wel degelijk om het hart en om hoe iets is bedoeld. Goddelijke liefde ziet de mens die niets ziet en niet gezien wordt, de onzichtbare mens, degene die geen gezicht heeft. En goddelijke barmhartigheid zegt: ik voel wat er leeft in je hart, ik voel met je mee. Zelfs al komt er niks uit je handen, tel je niet mee, of maak je er een puinhoop van: Het is goed je te zien, ik zie je graag!
13 maart 2025: Dystopische droom over een elektrische tandenborstel
Ik droom dat ik ergens heen moet met de auto. Onderweg, op een klein uur rijden, kom ik langs X en ik besluit een bezoekje te brengen aan goede vrienden, die daar op een prachtige plek dicht bij het strand wonen. Bij het achteruit inparkeren, schamp ik een van de brandnieuwe twee- of meerwielers die in het rijwielpark op de oprit staan. Lakschade, constateer ik besmuikt, aan een rijwiel van een type waarmee ik niet bekend ben: een langgerekt dun frame, gelakt in vrolijke kleuren. Ik stap uit de auto. De familie staat op het punt om weg te gaan, maar men wacht op de heer des huizes. De goede man, een gerenommeerd psychiater, type fijnzinnig, beschaafd en intellectueel, zit op zijn knieën in smeekbede voor zijn elektrische tandenborstel. Het instrument, voice-operated, gebruikt stemherkenning en luistert naar een vooraf ingestelde codenaam, maar omdat mijnheer niet de juiste code heeft gebruikt, heeft zijn tandenborstel hem ‘eruit gegooid’. Onverbiddelijk. Medewerking van de tandenborstel moet worden afgesmeekt.
We staan te wachten. Het is een prachtige zomerse dag. Verlekkerd kijk ik naar het strand, dat ik door het raam aan de achterzijde van het huis in de verte zie schitteren, als een zonovergoten fata morgana.
“Even naar het strand zit er niet in, vandaag”, zegt mevrouw X. Ik kijk haar vragend aan. “Luister jij geen nieuws?” vraagt ze. “Een halve centimeter zeespiegelstijging en Nederland ligt onder een laag drek”.
O ja. Ik had het geroken ook. Iets met de riolering. De inhoud van het riool is door de stijging van het waterpeil op het land terechtgekomen. Nu ik goed kijk, zie ik dat het strand onder de drek ligt. Er lopen badgasten, maar ik ga niet naar het strand vandaag. Ik word wakker.
De droom speelt zich af in de nabije toekomst. De klimaatcrisis heeft geleid tot zeespiegelstijging, waardoor het rioolstelsel soms - na hevige regenval, neem ik aan - haar inhoud uitkotst over het land. Of zijn het Neerlands grootste stikstofproducenten, de boeren, die het land overspoelen met mest?
Gelukkig kunnen we nog steeds ergens naartoe, met de auto of met een één of ander geavanceerd elektrisch rijwiel. Innovatie geeft ons meer bewegingsvrijheid! Maar wat doet die psychiater dan toch op zijn knieën in smeekbede voor zijn high tech tandenborstel?
Sinds Freud heeft de psychiater, de intellectuele zielenvorser, de plaats ingenomen van de dominees en priesters van weleer. Bij de therapeut gaan we te biecht; hij/zij zal ons ons zelf doen vinden en ons tot vrijheid brengen. In de droom, echter, gaan ook de intellectueel en de therapeut door de knieën voor AI, afhankelijk en behoeftig. Onvrij! Hier is Big Tech de God waar we voor buigen en tot wie we onze smeekbedes richten. Technologie beheerst ons, zoals we ooit beheersd werden door de gedachte aan een wraakzuchtige God.
14 maart 2025:

10 maart 2025: Ken Uzelve
Vanmorgen op tijd opgestaan en braaf het kozijn in de grondverf gezet, nog voor de meditatie en het ontbijt. Daarna naar qigong. De les vindt buiten plaats en vandaag raak ik in de groepsflow. Er is op een goed moment een energetisch veld, dat we samen creëren: veertien vrouwen, drie mannen, de jongste een meisje van 20 dat samen met haar oma meedoet aan de les. Ze vertelt me na afloop dat qigong haar rust geeft, want in haar hoofd gaat het maar door en door, net als in de wereld, en dat ze zichzelf door de qigong beoefening leert kennen.
We beginnen de les met zeven minuten zenmeditatie. En tijdens die meditatie kijk ik om me heen en gaan mijn ogen open voor het goddelijke perspectief. Ik kijk. Ik doe mijn ogen open en kijk echt goed om me heen, en zoals ik een paar weken geleden schreef dat het goddelijk en miraculeus is hoe we met z’n allen in een eindeloze stroom auto’s over de snelweg bewegen, in flow, zie ik nu vanuit datzelfde perspectief - vanuit ‘het hart van God’, als het ware - in kosmisch bewustzijn alles en - vooral - iedereen, als kosmisch komisch.
Met een onvoorstelbare humorvolle vertedering kijk ik naar de realiteit en zie ik alles en iedereen als aandoenlijk en grappig. Dat wij hier met z’n allen in het gras zitten, in een kring, op onze yoga matjes! En op de achtergrond dat rare gebouw van de sportschool, waar ik achter het getinte glas van een grote ruit een mensje zie zwoegen op een step-apparaat. Dat de mensjes dat allemaal doen! Dat ze zich zo inspannen en druk maken over van alles! Precies zoals Poes zich vreselijk bezorgd kan maken dat ik misschien haar maaltijd ga vergeten, wanneer ik rond etenstijd in de keuken bezig ben. Zo grappig en vertederend! Dat we ons zo uit de naad werken, terwijl je als je even omhoog kijkt de vogels in de hemelsblauwe ruimte zorgeloos ziet flikflooien en flierefluiten. God ziet dat allemaal aan met liefdevolle, geamuseerde blik.
En dat was nog maar het begin, de eerste zeven minuten van ons samenzijn. Geeft te denken… Heeft mevrouw Vonkeman wel een kathedraal of Tempel nodig, om God te zien? Hm… 🤔. Zijn de mede-leden van de sportschool niet mijn Broeders en Zusters? Is de blauwe lucht niet mijn tempel?
Enfin, tegen het einde van de les voel ik een ongelofelijke kracht. Het gevoel dat ik sta als een blok beton, mijn kracht in de dantian: buik. Broodnodig gevoel van kracht, moed en onverzettelijkheid. Zijn de vogels niet mijn vrienden? Eet ik niet mijn Broedermaal in de snackbar? Is niet de hele wereld Gods godshuis?
Wat we nodig hebben valt ons toe, het wordt ons geschonken
‘Refuse to fall down.
If you cannot refuse to fall down, refuse to stay down.
If you cannot refuse to stay down, lift your heart toward heaven, and like a hungry beggar, ask that it be filled.
You may be pushed down.
You may be kept from rising.
But no one can keep you from lifting your heart toward heaven, only you.
It is in the middle of misery, that so much becomes clear.
The one who says nothing good will come of this, is not yet listening.'
