Dagblog oktober 2019
26 oktober 2019: Voltooid

1 november 2019:
Ik droom dat ik in een pikzwarte nacht door Amsterdam vaar op een punter, waarbij de punter fungeert als een Nederlandse variant op de Venetiaanse gondel. Er valt natte sneeuw, er zijn maar weinig mensen op straat. Misschien is het een uur of half vier in de ochtend, dat het zo stil is? Amsterdam is wijdser, ruimer opgezet dan ik me de stad herinner, en voelt daardoor desolaat. Vanaf de punter zie ik een man met een contrabas, in het gezelschap van een emoe. Hij draagt zijn contrabas en speelt voor zijn emoe, die, door de muziek aangetrokken, met de man meeloopt. De man heeft zijn rug daarbij niet naar de emoe toegekeerd, nee, hij kijkt naar de emoe en de emoe wordt zo door de muziek aangetrokken, dat hij bijna in de contrabas lijkt te willen kruipen.
We varen verder en ik vraag aan mijn reisgenoot: “Zag je die mesjogge man met die emoe?”
“Ja”, zegt mijn reisgenoot.
“Ik hoop tenminste dat hij mesjogge was. Ik hoop dat ik het goed heb gezien en dat deze man contrabas speelde voor zijn emoe.”
“Volgens mij wel”, zegt mijn reisgenoot.
“Weet je wel hoe ongebruikelijk het is in deze tijd, om op die manier mesjogge te zijn?”, zeg ik enthousiast. “Er is vrijwel niemand meer die nog iets doet vanuit het hart, zonder te proberen daar op de een of andere manier zijn eigen (economische) belangen mee te dienen.”
Gemengde techniek op houten paneeltje, detail.

16 oktober 2019:

19 oktober 2019:
Wrijving is een noodzakelijke voorwaarde voor groei. Zullen we dat niet vergeten? Kijk naar de evolutie: frictie brengt leven, ontwikkeling voort.
Wringt het? Dan ontwikkelt zich kennelijk iets.
14 oktober 2019:


2 oktober 2019:

7 oktober 2019: To perceive the particulars fully, it may be necessary to love them (Uit The Fragility of Goodness, M. Nussbaum).
23 september 2019:
'Geen ander tekort maakt de ziel onvruchtbaarder dan het ontbreken van het gevoel voor het unieke. De creatieve mens ziet kans om het uitzonderlijke bliksemsnel te pakken voordat het in zijn geest bezinkt. In de taal van het creatieve denken is alles wat leeft uniek. En werkelijk inzicht is een ogenblik van waarneming van een situatie voordat ze stolt in de vergelijking met iets anders.
Je moet talent hebben om aan anderen het gevoel over te brengen van het onmiddellijke en unieke, en toch kan de poëzie van alle tijden maar een fractie van de eindeloze muziek van het exceptionele vangen. Er wordt meer onderscheid gemaakt in het aanvoelen van het onuitsprekelijk weergaloze van een gebeurtenis dan in de poging haar weg te redeneren met behulp van onze gebruikelijke twijfel.
Zoals er denkbeelden zijn die waar zijn, hoewel maar weinig mensen in staat zijn om ze te bevestigen of te toetsen, zo zijn er ervaringen die werkelijk zijn, hoewel maar weinig mensen in staat zijn ze te doorvoelen. Tussen God en mens gebeuren veel dingen die aan de aandacht ontsnappen, zelfs van hen die ze overkomen.'
Uit: God zoekt de mens, A. Heschel.
6 september 2019: De dag van de bruiloft
‘Ik kwam thuis in een pikdonker huis. Op de tast liep ik naar de wc, waar een lichtschakelaar is die wel werkt. Ik liep de trap op een deed het lampje in de badkamer aan. Toen ik vervolgens op de overloop langs de radio liep, ging deze vanzelf aan.’
‘Dat kan niet.’
‘Inderdaad, dat kan niet. Ik raakte de radio niet aan. De aan/uit knop is mechanisch, een knopje dat je in moet drukken om de radio aan te zetten.
‘I live in an enchanted world’, dacht ik.’
‘Muziek.’
‘De zevende van Bruckner.
‘Wat is belangrijk, waar draait het om?’
‘Ik leef in een betoverde wereld. De zwaluwen vliegen achter me aan, wanneer ik over de dijk naar de bruiloft fiets.’
‘Dat kan niet.’
‘Geloof me. Eerst had ik het niet in de gaten. ‘De zwaluwen vliegen laag vandaag’, dacht ik. ‘Straks gaat het nog regenen’. Op een gegeven moment viel het me op dat ik ze achter en naast me hoorde: ‘Twie-iet, twie-iet’, maar dat er vóór mij geen zwaluw te zien was. Een voor een kwamen ze van achter mij aanvliegen, tot ze naast me vlogen, aan mijn rechterzijde: ‘Twie-iet, twie-iet’. Dan – alsof ze genoeg hadden gezien als ze mijn gezicht hadden gezien – maakten ze een kleine loop en verdwenen weer achter mij. ‘Are them birds bothering you, honey?’, grapte ik nog. ‘D’ you want me to get my gun?’, (met de dictie van Tony Macaroni). Tot ik besefte dat de zwaluwen daadwerkelijk achter me aan vlogen. Ze volgden mij, alsof ze met me speelden; ze praatten tegen mij.’
‘Ach, waarom ook niet? Als dolfijnen meezwemmen met een schip, waarom zouden zwaluwen dan niet meevliegen met een eenzame fietser, op weg naar een bruiloft?’
‘Dus ik zei: “Lieve zwaluwtjes, wat willen jullie me vertellen? Ik ben op weg naar een bruiloft, op die boerderij daarginds – maar ongetwijfeld weten jullie dat al. In ieder geval ben ik blij met jullie gezelschap op mijn rit”.’
‘En wat zeiden ze?’
‘Precies op dat moment zag ik het donkere silhouet van een kat in de berm van de brug over het Twentekanaal.’
‘De zwaluwen?’
‘Weg, foetsie.’
‘Vanwege de kat?’
‘De kat of de brug. Of allebei. Ik stond op het punt onder de brug door te fietsen.’
‘Ik leef in een betoverde wereld.’
‘Als dit de wereld is waarin ik leef, zou ik dan iets anders kunnen dan liefhebben?
Wat heb ik te verliezen, door lief te hebben in een wereld die zo vol liefde is? Niet degene die niet wordt liefgehad, maar degene die niet liefheeft is de grote verliezer.
Laat ik liefhebben, laat ik liefhebben in een wereld die zo vol liefde is.’