Dagblog juli 2026
12 juli 2026: Droom over de 'Zeitgeist': Gehavend door de tijd, gedragen in de eeuwigheid
Vannacht slecht geslapen. Drie dromen gedroomd. In de eerste droom ben ik op bezoek bij een man die iets aan het restaureren is. De tweede droom ben ik vergeten. In de derde, laatste droom ontmoet ik de ‘Zeitgeist’, in de persoon van een zware man. De man, die tussen de honderdvijftien en de honderdvijfendertig kilo weegt, springt met zijn volle gewicht op mijn nek. Daarna beklaagt hij zich over zijn onbeheersbare impulsen en hoe zwaar het voor hem is daarmee te moeten leven, en dat een leven als het zijne, getekend door trauma uit de vroege kindertijd, hem niet de vrijheid geeft (van compulsief handelen) waarnaar hij zo verlangt. Geen woord over wat hij zojuist bij mij heeft aangericht.
Ik word wakker en vraag me het volgende af:
Is de belangrijkste aandoening waaraan de Tijdgeest lijdt:
A) Overgewicht, te zwaar aan zichzelf tillen
B) De onbedwingbare neiging achter je impulsen aan te rennen
D) Tekort aan liefde/Trauma uit de kindertijd, of
E) Ziekelijk egocentrisme
?
Maar nu terug naar de eerste droom. In de eerste droom breng ik een bezoekje aan een man, een zeventiger, die thuis bezig is een oude koets of…Wacht, nee, het een arrenslee, te restaureren. Ik ben verrast dat ik opnieuw dit voorwerp aantref: de arrenslee, een kostbaar antiek exemplaar deze keer, maar zwaar gehavend door ‘de tijd’ (de Tijdgeest?). De man is aandachtig, liefdevol en met de nodige deskundigheid bezig met het restauratiewerk. Tot mijn verrassing en diepe ontroering pakt hij op een goed moment zwijgend mijn hand, de vingers van mijn hand beet. Hij weet welke zorgen me vannacht uit mijn slaap hebben gehouden en is oprecht met me begaan. Ontroerd besef ik dat dit de liefde is waarnaar ik zoek.
Pas nadat ik de dromen heb opgeschreven, zie ik dat de man in de eerste droom een representant is van een radicaal andere geest dan de Tijdgeest. De restaurateur grijpt me niet beet en trekt niet aan mijn hand - laat staan dat hij me op mijn nek springt. Zijn gebaar is zorgzaam, betrokken. Hij geeft me iets, met zijn lichte aanraking. Is de restaurateur meer dan ik aanvankelijk dacht een symbolische, mythische figuur?
Eens in de zoveel tijd duikt er een arrenslee op in mijn dromen. Heb ik weleens in een arrenslee gezeten? Nee. Kan je iets dromen wat je hebt meegemaakt, maar je niet herinnert? Jazeker, ik heb een keer een ervaring uit mijn vroege kindertijd gedroomd, waaraan ik geen actieve herinnering heb. Mijn vader bevestigde dat de details die ik had gedroomd klopten.
Kan je je iets herinneren wat iemand anders heeft meegemaakt? Ja, ook dat is mogelijk. Zo is er onderzoek gedaan naar stokstaartjes die al eeuwen op een eiland leven waar nooit luipaarden of soortgelijke gevlekte beesten hebben geleefd, maar die toch paniekerig reageren op de aanblik van het vlekkenpatroon van een luipaardvel. Hebben zij, hun ouders of grootouders ooit een luipaard ontmoet? Nee, maar hun verre, verre voorouders wel en die ervaring zit ‘in hun genen’, of in hun overgeërfd bewustzijn. Net zoals de arrenslee uit de ervaring van mijn verre voorouders vermoedelijk in mijn overgeërfde bewustzijn zit en daarom af en toe in mijn dromen opduikt. Zou kunnen.
Dat de restaurateur in mijn droom aandachtig en deskundig werkt aan de restauratie van een zwaar gehavende antieke arrenslee, is bij nader inzien een betekenisvol symbool.
Getraumatiseerd zijn in de kindertijd is in de mode. Als het klopt - zoals men wel beweert tegenwoordig - dat slechts twintig procent* van de volwassen westerse mensheid géén trauma heeft, dan kan je er de donder op zeggen dat bij nader onderzoek zal blijken dat ook ik een kindertrauma** heb. Net als mijn vader en mijn moeder.
Dus wie ben ik zelf, in deze droom? Ben ik de restaurateur, de 'ik' die liefdevol wordt aangeraakt, de Tijdgeest of de vrouw die door de Tijdgeest op de nek wordt gezeten? Allemaal. Wij zijn de tijden, nietwaar? We zijn rijk en verwend, maar in ons eentje voor het welslagen van ons leven verantwoordelijk geworden. Dat is zwaar! Dat geeft een enorme druk! De gedachte dat er een bedding zou zijn, een dragende Kracht die ons verstand te boven gaat, een Geest die werkelijk het goede voor ons wil, druist in tegen het denken van de Tijdgeest.
Waar hoop ik op?
Op de Restaurateur/restaurateur en diens liefdevolle herstelwerkzaamheden; op een manier van leven in en vanuit een radicaal andere Geest dan de Tijdgeest.***
Wat zie ik?
Een Geest van eeuwigheid, die ook de huidige Tijdgeest in Liefde draagt.
* 40%. Laat ik niet overdrijven
** Ontwikkelingstrauma, heet dat geloof ik. Nee, ik heb geen ontwikkelingstrauma, maar als ik er eentje wil, kan ik er vast wel ergens een krijgen ;-)
*** B.n.i. is de arrenslee (ook) een symbool van vergankelijkheid. Ik moet goed kijken om te zien dat het een arrenslee is geweest, zo weinig is ervan over. Het gaat er niet om dat de Restaurateur daar een compleet nieuwe arrenslee uit tevoorschijn gaat toveren; het gaat om mededogen, geloof ik, en dat het vergankelijke gedragen is 'in het onvergankelijke'.